Veteranen Dublin reisverslag 2010

Het is 7.45 sharp wanneer Tonny als chauffeur van dienst, weliswaar zonder kepie, me als laatste oppikt in z’n hoge Zweed. En je merkt onmiddellijk dat hij een doorwinterde Brusselrijder is. Mét de Radio op Twee, handen losjes aan het stuur, brengt hij ons in no time via de ene sluipweg na de andere tot de Zaventemse loskade van toeristen . Johan Guilliams mag , na een striptease van bril – horloge – broeksriem en schoenen de scanner door, hoewel deze nog steeds 1 dot rood flikkert voor metaal. Vermoedelijk de stalen wil van deze befaamde zwembadbouwer.
Een Starbucks – koffie helpt ons helemaal te ontwaken. Bart, die tijdens deze trip zijn strepen als reisorganisator verdient, wordt, in de beste traditie van cumulards, aangesteld als schatbewaarder, kwestie ook van Tonny even te ontlasten van zijn dagelijkse bezigheidstherapie.
 

De been- en zitruimte van het Air Lingus – toestel is niet echt geschikt – voor een internationaal basketteam zoals wij, maar toch slaagt Johan Gellens erin een wekenoude krant te verslinden op zoek naar alle wetenswaardigheden, nodig voor de betere amateur – kwisser. Niet dat de Belgische politieke scene nieuwe dingen oplevert. Elio en Bart (die andere Bart ter “verduidelijking “) blijven ook vandaag nog een recordpoging “ regeringsvorming “ ondernemen. Wij zijn alvast geland …
Alvast een goede raad voor alle Dubliners na ons. Koop een buskaart (26 €) die je heen en weer de luchthaven brengt, maar waar je ook mee kan “ lijnen “ en “ hop – onnen en offen “.
 

De Abbey Court Hostel, centraal gelegen bij de O ‘ Connel Bridge over de rivier Liffey, wordt onze verblijfplaats voor 2 nachten (25 € met ontbijt per nacht). In concreto, een kamer van 6 op 2.5 m, met 3 stapelbedden. Ik installeer me als “onderkruiper“, terwijl Bart met vooruitziend oog een bed neemt aan het raam; Mét zicht op de rivier én slechts in 1 richting gestoord door uitlaatgassen, die van het verkeer. Een zesde bed blijft spijtig genoeg leeg, gezien Carl in laatste instantie verkoos het Serry–imperium verder uit te bouwen, boven “Dublin, makkers, maten“.
Inclusief de hotelprijs , ook een voucher voor een consumptie, in het café ernaast. Goed voor een eerste biertje en een snackje. Ik waag mezelf aan een Club Sandwich, een vierlagige dikke best te genieten toast, waarvoor je kaken wel een spagaat dienen te plegen.
 

De groene hop on & off – dubbeldekker heeft nog net plaatsen voor ons op het bovenste dek. En warempel een echt zonnedek! Welke onverlaat durfde te beweren dat het enkel maar regent in Ierland? We slingeren ons door drukke straten – Dublin lééft – en langs talloze kerkes, musea en monumenten. Zelfs een KBC – filiaal kruist onze weg. Maar de planning voorzag te stoppen bij halte 23. De bus stroomt leeg. Dit is het Guinness Storehouse.
 

Een industrieel brouwerijgebouw werd gestript om vervolgens op 7 etages je “Guinness is good for you“ diets te maken. Het weze gezegd, dit Storehouse is een pareltje van marketeers. Je hoort en ziet het klaterende water, je ruikt en proeft de typische geroosterde gerst, je wordt ingewijd in het brouwproces en artisanale traditie; Reclamemateriaal, touch screens (we halen oa een collectieve 5/10 op een alcohol – intelligentietest)en displays brainwashen je verder. En als toetje, 7 hoog met panoramisch zicht op Dublin, heb je recht op een echte Guinness. En die smaakte ons echt goed, weliswaar een beetje in verdrukking door busladingen toeristen en in ons geval zelfs een huwelijkskoppeltje met annex gezelschap
 

Als we na bezoek terug hoppen, installeren we ons als een bende schooljongens op de achterste rij onderaan de bus. Een halte verder regent het bovenste dek uit! Nochtans weet iedereen toch dat het wel eens regent in Ierland!? Het zal ons worst wezen; We worden getrakteerd op een cabaret & talkshow van Kevin. Deze rit geen bandje dat afdraait maar de buschauffeur die optreedt in eigen persoon! Dit stond in geen enkele toeristische folder. De weekend – buskaart rendeert meer dan het beste aandeel.
 

De avond valt. Plots. Hongerig gaan we in de nabijgelegen Temple Bar op zoek naar value – for – money. Temple Bar is overigens een 2 km² westers mekka van horeca – en uitgangsleven. Even een queu ondergaan, en dan schuiven we aan voor “Irish beaf , salmon or stew“. Eerlijk en heerlijk! Enige en herkenbare afspraak: Geen look. Inmiddels kennen we ook de zoetekauwen onder ons, voor wie geen enkel dessert veilig is.
 

Bereid om een degelijke injectie te doen in de plaatselijke economie, vinden we enkele vrije zitjes in een drankgelegenheid in Dame Street. We nuttigen lagers uit alle hoeken van de wereld terwijl de muziek het spreken quasi onmogelijk maakt. En koffie werd niet meer geserveerd na 22.00. Johan Gellens kon z’n laatste waterige cappuccino nog inruilen voor een vodka ice . Terug buiten lijkt Temple Bar nog drukker, nog levendiger. Zelfs voor slechtzienden, valt het op hoeveel groepjes vrouwen – onafgezien van hun BMI – op hoge hakken en in minirok door de straten laveren en paraderen . Dit blijkt snel de lokale uitgangsoutfit te zijn. Voor ons niet gelaten. Tuurlijk niet. We vallen overigens niet op. Alle generaties lopen door de straten te verdwalen; Hier zijn geen proppers nodig. Wij vinden een bar waar een zingende Ierse op viool en met begeleider het beste van zichzelf geeft. Vol café, uitgelaten sfeer, nog een lagertje en gelukkig niet té ver van de toiletten. Ook hier een terugkerend alternatief op onze wc – madammen . Zwarte medemensen die je “na afloop “een doekje en zeep aanbieden . We beëindigen deze avond in de lokaal vermaarde Arlington, niet ver van onze hostel.
 

Nog voor een GSM met wekfunctie zijn ding doet (8.00), is Johan Guilliams reeds kloekfris gewassen en stapklaar. Heerlijke douches overigens , een echte luxe voor hen die, zoals wij ,de douches van Don Bosco kennen. Het ontbijt omvat 2 plakken warme toast en zoet beleg – koffie of thee à volonté.
 

Vandaag had Bart de “ Wild Tour van Wicklow “ voorzien, een echte aanrader. Samen met een 20 –tal reisgenoten oa een Hollywoodse botoxeuse – die de groten der aarde kent - stappen we in een bus. Het lijkt er steeds meer op dat Ierse buschauffeurs gescreend worden op hun humorgehalte; Larry is een wat drogere versie van Kevin maar zijn reiscommentaar is best te pruimen. Even een stop aan zee (benen strekken) en één in een orangerie ( een kei van een cappuccino). We dopen Jo Gellens , een ex – Mojitoboy , tot JoJo Cappuccino . Dan slingeren ( vandaar de Wild Tour) we ons de bergen in . Dit is de echte groene tuin van Ierland. Hogerop kruisen we vroegere turfvelden, diepliggende donkere meren en wijdse locaties waar topfilms werden opgenomen . Eten kunnen we in een oerdegelijk restaurant ; We kuieren en keuvelen nog wat in het zonnetje . Een belletje naar het thuisfront leert ons dat Clysters de US Open gewonnen heeft. Onze hoogtestage gaat verder met een fikse wandeling in een natuurgebied. De chauffeur trakteert zijn reizigers nog op een cupje Jamieson (een malt) en zet ons een 90 minuten later terug af in Dublin waar we een lager drinken in een ex – bank, nu reeds enkele malen uitgeroepen tot de beste bar in Dublin en omstreken. Afgedankte kluizen wijzen je de weg naar het sanitair.
 

s’ Avonds zijn we betalende gasten in een Nepalees – Indisch restaurant. Lekker, en pikant voor hen die willen (mijn kip Vindaloo haalt het maximum van 5 pepertjes op de kaart). Als achterafje passeren we enkele uren in een café met een life rock band die de betere covers uit de sixties tot heden brengt. En leren we ook dat je onze president best geen Heineken serveert.
 

Ook de volgende dag zijn we vroeg paraat. Een Mercedes Vito voert onze “internationale basketploeg“ naar een Ierse challenger, ons gemeld als een Master Veteran Team. De gym van St Columbacollege is de plaats van het strijdtoneel; Een kostschool, gelegen op een heuvel met zicht op Dublin, met golfcourses – rugbyveld – sporthal met parketvloer en tal van faciliteiten. Met Don Bosco in het hoofd, en voor sommigen de uitwisselingen met Uppingham is dit college net iets anders (de jaarfee is overigens 9000 €). We zijn wat vroeg en wachten als gladiatoren op wie of wat er uit de deuren te voorschijn zal komen. Reeds op het eerste zicht, merken we dat het een zware match zal worden tegen 10 gemiddeld wel wat oudere veteranen, maar ook wat groter en sneller. Verschillende spelers speelden, horen we, in de nationale Ierse ploeg. Daemon, ex – guard van het Ierse team versterkt ons … We verliezen uiteindelijk wel met een kleine dertiger maar iedereen voelt zich goed. We ontvangen een halve uitnodiging voor een tornooi in Ijsland volgend jaar.
 

Afkoelen doen we op het terras en daarna gelagzaal van een nabijgelegen hotel. In de wijk tal van nieuwe edoch leegstaande zakenbuildings. Van de boom die Ierland tot recent kende, zie je hier het apegapende keerpunt. Hopelijk komt het snel goed met Ierland.
Met een aircoach bereiken we terug de luchthaven. Johan doet nog es zijn stripnummer. Het vliegtuig heeft wat vertraging maar Tonny zegt nog een goede pub in de airport te kennen Wij hebben die alvast niet meer gevonden.
 

In het vliegtuig zitten we op de laatste rij; Voor ons 50 meter vol met citytrippers. We gaan eruit dat ze net als ons een prachtverblijf hebben gehad. Want dat was het! Zelfs zonder ontvangstcomité op Zaventem voor de Haachtse, internationaal spelende ploeg.
 

s’ Avonds , bij thuiskomst, trek ik in mijn luie zetel nog een blikje Jupiler open. Dit kan echter nooit de vergelijking aan van een lager met je maten. We hebben genoten.
 

Sportieve groet
Nestor